Logo Universiteit Utrecht

Docentencommunity TAUU

Blog

Boekbespreking: Urban Myths about Learning and Education

Vraag: Wat krijg je als je een Nederlander, een Vlaming en een Nederlandse Amerikaan bij elkaar zet?

 

Dit klinkt als een flauwe grap, maar de combinatie van deze Pedro de Bruyckere (Vlaming, docent en onderzoeker aan de Arteveldehogeschool in Gent en de Universiteit van Antwerpen), Paul Kirschner (Nederlandse Amerikaan of Amerikaanse Nederlander zo je wilt, Universiteitshoogleraar aan de Open Universiteit) en Casper Hulshof (docent Onderwijskunde, Universiteit Utrecht) als auteurs heeft een goed leesbaar én belangrijk boek opgeleverd voor iedereen die geïnteresseerd is in leerprocessen en onderwijzen. In deze boekrecensie bespreek ik hun boek Urban Myths about Learning and Education dat in 2015 verscheen bij Academic Press (ISBN 978-0-12-801537-7).

 

Quiz: Beoordeel de onderstaande stellingen met juist of onjuist

 

  1. Iedereen heeft een eigen leerstijl.
  2. Je kunt beter zelf nieuwe dingen ontdekken, dan het uitgelegd krijgen.
  3. We gebruiken slechts 10% van ons brein.
  4. Baby’s worden slimmer wanneer ze naar klassieke muziek luisteren.
  5. De huidige generatie van ‘Digital Natives’ heeft een andere manier van onderwijs nodig.

 

Tel nu het aantal keren dat je ‘juist’ hebt gezegd. Is dat getal groter dan 0? Dan kun je ongetwijfeld iets nieuws leren van Urban Myths about Learning and Education, aangezien je gelooft in wat De Bruyckere, Kirschner en Hulshof een ‘urban myth’ noemen.

 

Het uitgangspunt van het boek is eenvoudig: iedereen heeft ideeën over hoe mensen leren en hoe het onderwijs (het beste) werkt. Nederland telt 17 miljoen bondscoaches, maar het lijkt soms ook wel of Nederland ook 17 miljoen onderwijsexperts telt. Sommige van onze ideeën over onderwijs zijn echter spectaculair incorrect, maar blijken toch dusdanig verankerd te zijn in ons collectieve bewustzijn dat ze door vrijwel iedereen voor correct worden aangenomen. En zo ontstaat er een urban myth.

 

Een voorbeeld van zo’n urban myth? Bekijk maar eens het onderstaande plaatje. Grote kans dat je dit plaatje in één of andere vorm wel eens bent tegen gekomen. Wat laat deze afbeelding zien? Het suggereert dat naarmate je doceerstrategieën gebruikt die aan de voet van de piramide zijn weergegeven (teach others, practice doing), je studenten meer zullen onthouden van hetgeen je belangrijk vindt. Tot wel 90% bij ‘teach others’. Een college geven is volgens deze piramide een dusdanig armzalige manier van onderwijzen dat er niet eens een percentage genoemd wordt. Klinkt plausibel toch? Je hebt vast wel eens iemand horen oreren over de nutteloosheid van colleges of misschien is het jou ook wel eens overkomen dat je een student zag knikkebollen tijdens je college of werkgroep. Mij overkomt het toch wel een aantal keer peer jaar, moet ik in ieder geval bekennen.

 

pyramidbenefits-of-online-learning-3-638

Wat we hier te pakken hebben is helaas voor de beliebers onder ons wat De Bruyckere, Kirschner en Hulshof “the Loch Ness Monster of educational theory” noemen. Eens in de zoveel tijd wordt deze piramide weer van stal gehaald tijdens een professionaliseringsbijeenkomst of in een boek over onderwijzen en lesgeven. Maar net als het monster van Loch Ness is deze piramide wel degelijk een urban myth. Een monster dat tot de verbeelding spreekt, maar toch echt naar het rijk der fabelen verwezen dient te worden.

 

Urban Myths about Learning and Education bespreekt in totaal 35 van deze urban myths. Het boek is daarbij opgedeeld in verschillende delen: mythes over leren, neuromythes, mythes over het gebruik van technologie in het onderwijs en mythes in onderwijsbeleid. Vooral de eerste drie delen zijn zeer relevant voor iedereen die meer wil weten over lesgeven, leerprocessen en het gebruik van technologie in het onderwijs. Per mythe beschrijven De Bruyckere, Kirschner en Hulshof de mythe in kwestie en gaan zij vaak ook in op het ontstaan van de mythe. En vervolgens bespreken de auteurs kort het onderwijswetenschappelijke onderzoek dat relevant is om een oordeel te kunnen vellen over de betreffende mythe. Aan het einde van elk hoofdstuk worden mythes beoordeeld met smileys.

 

  • :-\ is het equivalent voor ‘Nogal onwelriekend hoopje onderwijsonzin, graag met een grote boog omheen lopen’.
  • :-| betekent ‘De wetenschap is er nog niet over uit, maar wees voorzichtig’.
  • En :-? betekent ‘We hebben erg goed gezocht, maar konden zelfs onder deze grote steen geen splintertje bewijs voor deze mythe vinden: en dat zegt dus ook iets!’.

 

Voor de duidelijkheid, de bovenstaande leerpiramide krijgt een ferme :-\ uitgedeeld.

 

De verschillende hoofdstukken van het boek zijn beknopt en prettig leesbaar geschreven. De auteurs weten ook de nodige luchtigheid in het boek te verwerken door het gebruik van humor. Na het bespreken van de urban myth dat we slechts 10% van ons brein gebruiken, concluderen ze bijvoorbeeld dat “It may seem that some people are using only 10% of their brain, but this is not the case – we use all of it, all of the time“.

 

Al met al is Urban Myths about Learning and Education een geslaagd boek dat ook interessant is voor de bezoekers van de TAAU website. Hoewel je hopelijk niet bij het lezen van elke mythe van je stoel valt van verbazing (maar ga voor de zekerheid wel even stevig zitten), vermoed ik dat docenten zeker iets van het boek zullen opsteken. Het boek biedt daarvoor voldoende toegankelijke verwijzingen naar onderwijswetenschappelijke literatuur en vat deze ook bondig en duidelijk samen. En hoewel een boek dat over mythes gaat misschien al snel verzandt in “Wij weten veel over onderwijs en jij weet er eigenlijk helemaal niets van, snotneus”, weten De Bruyckere, Kirschner en Hulshof deze valkuil te ontlopen door ook de nodige nuances in het boek aan te brengen en ook als vertegenwoordigers van het veld van onderwijsonderzoekers soms hand in eigen boezem te steken. De treurige waarheid is namelijk dat te vaak ook onderwijswetenschappers een bijdrage hebben geleverd aan het ontstaan en/of voortduren van onderwijsmythes.

 

Tenslotte heeft Urban Myths about Learning and Education nog twee antwoorden voor de lezer die na het lezen van het boek blijft zitten met de vragen: “Wat weten we dan wél over goed onderwijs en leren als al deze ideeën mythes blijken te zijn?” en “Hoe kan ik weten of ik met een onderwijsmythe geconfronteerd word?“. Voor de eerste vraag vatten de auteurs in een apart hoofdstuk getiteld “So, What Exactly Do We Know about Learning?” een aantal belangrijke op onderzoek gebaseerde onderwijsprincipes samen en verwijzen daarbij ook naar de 10 principes van goede instructie volgens Rosenshine (meer daarover op: https://www.aft.org/sites/default/files/periodicals/Rosenshine.pdf). Voor de tweede vraag geven de auteurs ook een aantal suggesties wat je als docent kunt doen om te achterhalen of je met een onderwijsmythe te maken hebt. Bijvoorbeeld door de bron van de mythe te onderzoeken of de kwaliteit van het aangehaalde onderzoek te analyseren.

 

Kortom, Urban Myths about Learning and Education heeft een plekje in mijn boekenkast verworven en ik denk dat het boek het verdient om in meer boekenkasten terecht te komen.

 

26 april 2016

Jeroen Janssen, Universitair Hoofddocent Onderwijskunde

Universiteit Utrecht

E-mail: j.j.h.m.janssen@uu.nl

Twitter: j3ro3nj

 

 

 


26 april 2016

Reacties

  1. Kovel, C.G.F. de (Carolien)
    Kovel, C.G.F. de (Carolien)

    Bijzonder nuttig boek. Het artikel van Rosenshine is een zeer boeiende tegenhanger als je je afvraagt “wat dan wel?” Heel in het kort: Succesvolle docenten besteden, volgens deze auteur, veel tijd aan nieuwe stof bespreken, doen oplossingen hardop denkend voor, geven veel uitgewerkte voorbeelden, hakken stof in kleine brokken, stellen vooral heel veel vragen en verhelpen misconcepties. Minder succesvolle docenten laten meer opdrachten zelf maken, stellen minder vragen of geven opdrachten voordat ze de theorie bespreken.

    Wat ik best lastig vind is hoe de inzichten uit Rosenshine te verwerken in blended learning concepten. Ik hoor graag overwegingen hierover.

U moet ingelogd zijn om te reageren, gebruik het formulier aan de linkerkant om in te loggen met uw solis gegevens.