Logo Universiteit Utrecht

Docentencommunity TAUU

Blog

Boekbespreking ‘Waar, goed en schoon onderwijs’

Mijn aandacht voor dit boek werd getrokken door het voorwoord. Daarin las ik dat ‘21st century skills’ zoals samenwerken en kritisch reflecteren natuurlijk belangrijk zijn in ons huidig onderwijs, maar dat we de ‘4 centuries before Christ skills’ ook niet mogen vergeten! De vaardigheden uit de academie van Plato zoals persoonsvorming, onafhankelijk nadenken, creatief nadenken en moraal zijn nog steeds van groot belang!

Waar-goed-en-schoon-onderwijs-Ruud-Klarus-3d

In ‘Waar, goed en schoon onderwijs’ schrijven twaalf Nederlandse filosofen over onderwijs. Tussen deze twaalf hoofdstukken door wordt heel kort weergegeven wat de ‘grote’ filosofen (denk aan: Descartes, Spinoza, Kant, Sloterdijk) over onderwijs hebben gezegd. Het boek is in drie delen opgedeeld. In het eerste deel ‘De Fysica van het leren’ gaat het over hoe onderwijs werkt. Het tweede deel ‘De Logica van het leren’ gaat over hoe er in het onderwijs over onderwijs wordt gesproken. Het laatste deel ‘De Ethica van het onderwijs’ gaat over waartoe onderwijs dient. Dit boek gaat niet specifiek over hoger onderwijs, maar er is genoeg interessants te vinden voor iedereen die over hoger onderwijs wil nadenken.

Aan de ene kant wordt in een aantal hoofdstukken door een filosofische lens naar ons onderwijs gekeken. Bijvoorbeeld over leren: doe je dat met je brein, of doe je dat met je hele lichaam? Ook de vraag ‘wat willen we dat kinderen leren?’ komt op diverse manieren aan de orde. De auteurs in dit boek benadrukken daarbij persoonsvorming en zelf nadenken (Sapere aude!) en merken daarbij op dat je dergelijke zaken moeilijk kunt meten. In een wereld waarin het meten van onderwijsprestaties belangrijk is (denk aan de PISA-scores) staan deze moeilijk meetbare doelen van het onderwijs onder druk.

Aan de andere kant zijn er hoofdstukken die gaan over de rol van filosofie in het onderwijs. Gezien de achtergrond van de schrijvers is het niet verrassend dat de auteurs veel heil zien in filosoferen op school. Dit schijnt al goed mogelijk te zijn met zesjarigen, dus filosofie in het onderwijs moet op hogere leeftijd zeker kunnen. En wat levert dat dan op? Zelfkennis, zelfvertrouwen, authenticiteit, etc. Dat zijn toch belangrijke kenmerken voor de bewuste burgers die wij willen afleveren. Joep Dohmen stelt in zijn hoofdstuk (p. 242) “Alleen als autonome en empathische mensen met verbeelding en oog voor tragiek kunnen moderne burgers en ondernemers een klimaat van verantwoordelijk rentmeesterschap en een cultuur van creatieve innovatie bevorderen.” Hij stelt er wel meteen bij dat we niet mogen “…veronderstellen dat ouders, leerkrachten en schoolleiders over de morele expertise beschikken die hen in staat stelt om jongeren deze brede, morele vorming bij te brengen en hen in staat te stellen tot zelfvorming.” Dat stelt ons dus blijkbaar voor een probleem als we met ons onderwijs meer willen bereiken dan overdracht van kennis en vaardigheden.

Als ik dit boek zou moeten samenvatten, denk ik aan de volgende drie uitspraken. We zouden leerlingen (studenten) in het onderwijs moeten aanleren om zelf na te denken. Dat is goed mogelijk als we filosofie een (grotere) rol zouden geven in het onderwijs. Maar het idee van ‘zelf durven denken’ druist in tegen hoe we het onderwijs nu in grote lijnen hebben georganiseerd.

Ondanks dat het boek inhoudelijk niet zo veel samenhang vertoont, en een groot aantal hoofdstukken niet direct aansluit op vraagstukken in het hoger onderwijs, is het wel een boek dat stemt tot (zelf) nadenken. Het is een boek dat prettig afwijkt van modieuze onderwijs­retoriek. In die zin kan ik het iedereen aanraden die een route zoekt weg van prestatie-indicatoren en de (direct meetbare) effectiviteit van leerprocessen, en die wil nadenken over waarom we eigenlijk onderwijs verzorgen.

Waar, goed en schoon onderwijs, Ruud Klarus & Fedor de Beer (red.), ISVW Uitgevers, Leusden 2015


26 november 2015

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen